Kerninflatie blijft stabiel.
Kerninflatie blijft stabiel.
Naar 2,2 procent in juni.
Kans op renteverlagingen in september neemt verder toe.
Kerninflatie 3,3 procent in juni.
Prijsstijging van 2,2 procent in juni.
Nu 21 maanden op rij.
Met 0,3 procent in juni.
Prijsstijging van ruim 3 procent.
Door lagere energieprijzen.
Kerninflatie in juni stabiel op 2,9 procent.
Volgens snelle raming.
Inflatie van 2,2 procent in juni.
Inflatie verwachtingen dalen weer.
Inkomens en uitgaven omhoog in mei.
Naar 2,1 procent in juni.
Op 50 procent.
Naar 2,8 procent in mei.
Kans op renteverlaging in augustus toegenomen.
Rente in Noorwegen blijft 4,5 procent.
Energieprijzen in mei ruim 6 procent lager.
Kerninflatie in mei op 2,9 procent.
Prijsstijging van 2,3 in plaats van 2,2 procent
Kerninflatie stabiel.
Fed houdt rente ongewijzigd.
Kerninflatie 3,4 procent in april.
Met 0,3 procent in mei.
Voor de twintigste maand op rij.
In mei.
Door lagere energieprijzen.
Rabobank ziet wel verrassing bij uitgaven.
Uitgaven stijgen minder dan inkomens in april.
Kerninflatie in mei op 2,9 procent.
Prijsstijging van 2,2 procent.
In mei.
PCE eind dit jaar op 2,5 procent, denkt voorzitter van New York Fed.
JPMorgan haalt Goudlokje-cliché van stal.
Naar 3,6 procent in mei.
Inflatie van 2,4 procent in mei.
ECB komt volgende week bijeen.
Maar tweede renteverlaging in juli onwaarschijnlijk.
Naar 2,5 procent in april.
Rente mogelijk langer op huidige niveau gehandhaafd.
Stijging van ruim een procent in april.
Inflatie van 2,3 procent in april.
Maar verwacht geen renteverhoging.
Energieprijzen in april ruim 3 procent lager.
Algemene prijspeil stijgt in zelfde tempo.
Rabobank ziet stijging diensteninflatie zonder huisvesting afnemen.
Fed-voorzitter heeft minder vertrouwen in daling inflatie.
Kerninflatie wel gedaald.